gepensioneerde verpleegkundigen in de GelreDome

Nostalgie in de zorg, is het wel terecht?

De zon schijnt over de Gelredome als ik gepensioneerde verpleegkundigen Klaas Tiemersma en Hilbrand Hegeman tref voor de ingang van het thuisstadion van Vitesse. Voor aanvang van de wedstrijd tegen de Graafschap schuiven we aan voor een heerlijke lunch en een mooi gesprek over de zorg en de extreme verschillen tussen vroeger en nu. “Op het gebied van regelgeving en behandelmethodes kun je het vergelijken met voetbal. Waar de zorg vroeger een amateurclub was, wordt er nu eredivisie gespeeld. Tegelijkertijd heeft dat afbreuk gedaan aan de persoonlijke benadering en de charme.”

 

Samen op de Intensive Care

Als het voorgerecht wordt geserveerd, vertellen beiden heren over hun achtergrond. “We leerden elkaar in 1987 kennen, toen we beiden werkzaam waren als verpleegkundige op de Intensive Care. We hebben de hele ontwikkeling van deze afdeling meegemaakt.”, vertelt Klaas. “We hebben 15 jaar samengewerkt, maar die eerste jaren op de IC waren de mooiste jaren in de zorg die ik heb meegemaakt”, zegt Hilbrand trots.

 

“Tijdens de nachtdienst kreeg je wel eens ruzie met de arts”

 

Schaakspel in de nacht

Samen nachtdiensten draaien, was voor de heren geen probleem. “We zetten dan een schaakbord neer en gingen om de beurt onze rondes maken. Als je klaar was, dan kon je rustig nadenken over de volgende zet. Aan het einde van de nacht hadden we één potje gespeeld”, lacht Hilbrand.

 

Als er iets aan de hand was, dan moest de dienstdoende arts ingeschakeld worden. Klaas vertelt: “Deze moest thuis bij de telefoon wachten, want er was toen geen ander communicatiemiddel. Soms wilde een arts niet komen en dan kon dat zo in een ruzie uitmonden. Maar we kenden elkaar allemaal van haver tot gort, dus zij wisten ook wanneer het echt serieus was.”

 

“Daar stonden we dan 30 wollen dekens uit te kloppen op zaterdagochtend”

 

Waterbedden en wollen dekens

Ziekenhuisbedden en het bijbehorende beddengoed zijn tegenwoordig comfortabel en eenvoudig in gebruik. Dat was vroeger wel anders. “Toen wij begonnen lagen mensen op gewone bedden en als dat niet zacht genoeg was, legden we er een schapenvacht onder. Als dat ook niet ging dan kregen ze een waterbed. Deze moesten we handmatig vullen en dat luisterde heel nauw. Was het water te heet, dan kreeg de patiënt koorts. Was het te koud, dan raakt hij onderkoeld” legt Klaas uit.

 

Hilbrand vult aan: “En tegenwoordig heb je gewoon een laken en een dekbed. Vroeger had je een molton, laken, zeiltje, steeklaken, deken, nog een laken en een sprei. De dekens waren ook nog eens van wol, dus als op zaterdag een grote groep patiënten naar huis ging, stonden wij 30 dekens te kloppen, kussen op te schudden en de bedden volledig weer op te maken.”

 

“Zorgverleners zijn nu meer aan het schrijven dan aan het zorgen”

 

Protocollen versus aandacht

Tijdens het hoofdgerecht lopen de gemoederen op als automatisering en bureaucratisering ter sprake komen. Hilbrand: “Wij zijn opgegroeid met kijken naar de patiënt zelf. Hoe ziet er hij eruit, welke gelaatsuitdrukking heeft hij, enzovoort. Tegenwoordig zijn er zoveel checklists dat dit nauwelijks nog gebeurt. Verpleegkundigen lijken nu niet meer in staat te zijn om sec op die manier naar een patiënt te kijken en op basis daarvan keuzes te maken. Dit leren ze ook te weinig tijdens de opleiding, omdat de nadruk steeds meer ligt op theorie in plaats van klinische ervaring. Vroeger liep je tijdens een vierjarige opleiding 3,5 jaar stage, tegenwoordig nog maar een jaar.”

 

Toch is er ook een lichte nuance te vinden in het betoog. “In het verleden zijn er natuurlijk veel fouten gemaakt. Bepaalde protocollen en veiligheidsmaatregelen zijn daarom uiteraard belangrijk. Mijns inziens zijn we daarin alleen veel te ver doorgeschoten. Zorgverleners zijn meer aan het schrijven dan aan het zorgen en dat kan gewoon nooit de bedoeling zijn”, aldus Klaas.

 

Alles draait om geld

De verontwaardiging blijft als het gesprek op budgetten komt. “Wat ik jammer vind is dat alles om geld en tijd draait. Vroeger was dat niet zo. Nu maakt een ziekenhuis bijvoorbeeld een afspraak met de verzekeraar voor 500 heupen en 300 knieën. Ben je in november nummer 501 op de lijst voor een nieuwe heup, dan moet je wachten tot januari. En dat terwijl er misschien nog budget van 100 knieën over is”, zegt Klaas verbaasd.

 

“Hoe kun je nou voorspellen hoeveel ziektes je krijgt per jaar?”

 

Marktwerking de deur uit

De vraag hoe het dan wel moet, is vaak niet eenvoudig te beantwoorden. Dat geldt niet voor Klaas en Hilbrand. Hilbrand begint: “De marktwerking moet eruit, dat is funest geweest. Ik heb me vanaf het begin al afgevraagd hoe dit mogelijk zou zijn, want hoe kun je nou voorspellen hoeveel ziektes je krijgt per jaar? Ik zou daarom beginnen om de zorgverzekeraars bij elkaar te zetten om één groot verzekeringssysteem te ontwikkelen. Als je ziek bent, ben je ziek. Het kan niet zo zijn dat je bij de ene verzekeraar voor dezelfde polis meer betaalt dan bij de andere.”

 

Klaas voegt toe: “Ook is het belangrijk dat verzorgenden meer tijd krijgen voor menselijk contact. Ik weet dat er een tekort is aan zorgprofessionals, maar dat heeft ook met de wetgeving te maken. Die eist voor elke simpele handeling hoogopgeleid, gekwalificeerd personeel. Deze procedures zijn vaak complex en tijdrovend. Zo houd je geen personeel meer over.”

 

“Sommige patiënten blijven je altijd bij”

 

Het is een wonder

Als het dessert opgediend wordt, neemt het gesprek een zachtere wending richting de mooie kant van de zorg. “Soms maak je echt wonderen mee. Ik kan me een vrouw herinneren die een vlakke EEG had, dus geen waarneembare hersenactiviteit. Het plan was daarom om haar van de beademing af te halen, waardoor ze zou komen te overlijden. Haar man was er echter van overtuigd dat het goed zou komen, dus werd deze keuze uitgesteld. Wonder boven wonder herstelde de vrouw en was na een paar maanden weer 100% in orde”, vertelt Hilbrand.

Klaas bevestigt: “Sommige patiënten vergeet je nooit. Toen ik net een half jaar in opleiding was, verzorgde ik bijvoorbeeld een patiënt met maagkanker in een terminaal stadium. Hij had veel pijn van het liggen en vroeg me of ik hem even over zijn rug wilde wrijven. Ik heb een uur bij hem gezeten om dit te doen. Toen ik de volgende dag terugkwam, was hij overleden. Dat is me altijd bijgebleven.”

 

Voldoening door dankbaarheid

Er verschijnt een glimlach op beide gezichten. Hilbrand: “De zorg is gewoon een mooi vak. De belangrijkste drijfveer is dat je voor mensen kunt zorgen en de grootste beloning is de dankbaarheid die je krijgt.”

“Deze dankbaarheid zit in het kleinste detail. Dat de familie je bedankt omdat je een patiënt netjes geschoren hebt. Of dat je een brief thuisgestuurd krijgt waarin iemand vertelt hoe belangrijk je bent geweest. Daar krijg je tranen van in je ogen”, aldus Klaas.

 

“De zorg blijft het mooiste vak dat er bestaat”

 

Tot besluit

Tijdens een kop koffie klinkt de speaker, de wedstrijd gaat bijna beginnen. We besluiten de lunch met een mooie, hoopvolle boodschap. “Zolang er mensen zijn die graag voor anderen zorgen en mensen die hiervoor dankbaarheid uiten, blijft de zorg het mooiste vak dat er bestaat.”

Deel dit artikel